Die keer dat ik een boek ging schrijven // drie

Het is weer een tijdje geleden dat ik deze update gedaan heb, eerlijk gezegd zijn er heel veel dingen die ik nog niet verteld heb over het einde van april. Dat terwijl ik in mei keihard wil schreeuwen om hulp. Maar voor de goede orde kunnen we het beste even bij april beginnen. 

 

April, de tweede behaalde Camp NaNo!

Ik haalde de 30.000 woorden! Feestje voor Sam. Ik was zo enorm trots toen ik deze word-count behaalde met dit verhaal. Het is niet dat het me nog nooit eerder is gelukt, het komt meer doordat dit verhaal daadwerkelijk ergens heen gaat. Het is serieuzer en dat miste ik in mijn vorige verhaal. Maar waarom lijk ik dan niet zo blij als dat ik zou moeten zijn? Dat is een goede vraag en ik heb het antwoord voor je. Dit gebeurd namelijk elke keer opnieuw, en elke keer wil ik er iets aan doen maar lukt het niet. 

Ik behaal mijn word-count en dan krijg ik geen woord meer op papier. Sinds de laatste dag van april heb ik geen woord meer geschreven in het document dat ik 'het midden' noem. Of het komt door de eindeloze tunnel van het midden of doordat ik teveel geschreven heb, dat weet ik niet. En dat is dus precies wat mij irriteert. Ik weet niet waarom ik er mee kap nadat ik een groot doel gehaald heb, dus ik kan er niets aan doen. IK WIL SCHRIJVEN, maar zodra ik mijn document onder mijn neus schuif ben ik afgeleid. Het is verschrikkelijk en ik noem het: de grote en verschrikkelijke post-writing-funk. 

 

De grote en verschrikkelijke post-writing-funk:

En nu? Ja, dat vraag ik mezelf elke dag. Elke dag opnieuw voel ik me schuldig omdat ik een uur de Sims3 heb zitten spelen in plaats van schrijven aan mijn lieftallige verhaal. Elke dag schrijf ik in mijn notitieboek: 'Hopelijk krijg ik morgen wat op papier'. Het komt niet. De flow is weg, pats boem weg. Toch merk ik dat het opkomende warme weer mijn brein weer een beetje laat ademen. Drie weken geleden kreeg ik namelijk niet eens een blogpost opgeschreven maar zelfs dat lukt nu weer zonder moeite. Ik heb besloten deze maand alles in mijn notitieboekje te doen. Ideeën die toch nog mijn brein in stromen schrijf ik op in mijn schrijvers boekje en ik probeer dan ook elke dag minstens één ding op te schrijven. Het op papier schrijven werkt echt veel beter. Ik word namelijk niet afgeleid door digitale shit.

Deze maand wil ik dat daarom proberen vol te houden, lekker met de pen schrijven. Dat in de hoop dat mijn schrijvers flow weer een beetje gaat borrelen. Volgende maand ga ik echt weer een doel opstellen. Misschien maak ik gewoon mijn eigen kamp, kamp "Sam wilt schrijven". Een kamp waarin ik elke maand mijn eigen schrijf doel op zet en verder kan gaan. 

 

Pen + papier = ideeën:

Ondanks mijn weinige schrijf activiteit vind ik het leuk om jullie toch een klein stukje te laten lezen. In plaats van een stukje uit mijn volledige document kies ik een scene die ik in mijn notitieboek geschreven heb. Of het er in komt weet ik  nog niet, maar het is in ieder geval leuk om even te delen! 

 

Een politiebureau. Wat een akelige plek. De mensen om mij heen lopen in zware pakken en met hun handen op het geweer in hun riem. Naast mij op de harde stoel van de wachtkamer zit een familie. "Papa, gaat alles wel goed met Tom?" vraagt het kleine meisje met een bevende trilling in haar stem. Wie neemt zijn dochter mee naar een politiebureau? De vader schudt zijn been zenuwachtig heen en weer. Het geluid van verschillende telefoons rinkelt door de kamer. Ik voel mijn hart harder kloppen. Ik zit hier dan wel niet voor mezelf maar het idee dat hier mensen vast zitten voelt niet fijn. Het geeft een akelig gevoel, zo'n politiebureau. Ik pulk aan de rommel onder mijn nagels. 
 "Mevrouw? U wacht op meneer Shanks?" Mijn hoofd schiet omhoog. Een vrouw met het brilletje op het puntje van haar neus kijkt op mij neer. Ik knik. Dan zie ik hem, met zijn handen plat op de balie zoals altijd. Voelend of hij stabiel kan staan. Ik vlieg omhoog en ren naar hem toe. Mijn armen vliegen om zijn hals, thuiskomen, dat is hoe het voelt. Zijn warme adem hijgt in mijn nek en hij ontspant. 
 "Mag je gaan? Ben je oké? Moet je nog iets invullen?" ik schiet de vragen als vuur op hem af. 
"Ja, ik mag gaan. Ze weten alles en gaan zijn ouders inlichten." Ik leg mijn hand op zijn wang en druk een zoen op zijn mond. "God, ik was bang dat ik dat nooit meer zou voelen." grinnikt hij. 
 "Kom, laten we gaan. Ik ben nu al klaar met deze plek." Hij knikt en vouwt zijn hand in de mijne. Ik trek hem mee naar de deur en hou deze voor hem open. Struikelend komt hij naar buiten en zijn zonnebril neemt het beeld van zijn geblindeerde ogen weer over. 

 

ARGH ik vind het altijd weer zenuwachtig om iets van mijn werk te delen. Maar toch stiekem wel leuk hoor :). Ik hoop heel erg dat ik bij de volgende update weer over vooruitgang kan praten, laten we daar maar aan gaan werken! Laat weten wat je vind door middel van de onderstaande links: 

FANCY MORE?:

FOLLOW MY BLOG WITH BLOGLOVIN

TWITTER    FACEBOOK   WATTPAD